Complexiteit is als een groot spinnenweb met heel veel draden die met elkaar verbonden zijn.

Complexiteit gaat over hoe dingen met elkaar verbonden zijn en hoe ze samen nieuwe dingen kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan een mierenhoop. De mieren werken allemaal samen, zonder dat er een baas is. Samen maken ze iets heel ingewikkelds. Of denk aan een stad. Alle mensen, huizen, winkels en wegen zijn met elkaar verbonden. Samen maken ze iets heel groots.

Je kunt van complexiteit leren door te kijken hoe dingen zich aanpassen en veranderen.
Daarbij kunnen we veel leren uit de natuur, zoals planten en dieren, de economie en hoe bedrijven en mensen met elkaar samenwerken.

Complexe systemen organiseren zich vaak vanzelf, zonder dat er een leider is. Kleine veranderingen in een complex systeem kunnen soms grote gevolgen hebben. Daarom is het belangrijk om complexiteit goed te begrijpen, bijvoorbeeld om betere oplossingen te vinden voor problemen in de wereld.

Agency begint bij complexiteit. Agenten, actoren, mensen(!) opereren parallel, in verschillende lagen en groeperingen. Ze reageren voortdurend op elkaar, wat leidt tot emergent gedrag op systeemniveau met een open einde. Er is dus geen einddoel.