Hogeschool Arnhem Nijmegen – Florerend beroepsonderwijs

Gérard Hendriks en Jacandra van Megen schreven het inspirerende boek ‘Florerend beroepsonderwijs – laat duizend bloemen bloeien’.  Een hoopvol essay én pleidooi voor de homo florens in het beroepsonderwijs. Met boeiende persoonlijke praktijkverhalen van studenten en docenten over wat goed en minder goed werkt als je samen florerend beroepsonderwijs probeert te realiseren. Genuanceerde verhalen ook waarmee zij het grote overkoepelende onderwijsverhaal kunnen voeden, vormen én hopelijk veranderen. 

Goed onderwijs staat of valt met goede leerkrachten. We kennen allemaal nog wel een docent die ons in positieve zin is bijgebleven. En we kennen ook allemaal een docent waar we een hekel aan hadden. We zijn van mening dat de kracht van verbinding tussen een docent en studenten een belangrijke succesfactor is voor leren

Jacandra van Megen en Gérard Hendriks

Bij de boekpresentatie mochten wij samen met hen en HAN docenten -opleiding Management in de Zorg- bouwen aan een ‘zorgzame’ dialoog. Die ontstaat niet uit vanzelf, die creëer je met elkaar. En dat deden ze tijdens deze workshop letterlijk en figuurlijk in de Wolfsberg tuin in Groesbeek. Met bamboestokken en elastieken bouwden zij eerst in kleine groepjes hun DroomCafés: het gezamenlijk bouwen van deze transparante constructies vormt een mentale voorbereiding op de dialoog die volgt: het verbindt mensen en ‘opent als het ware hun geest’ voor wat daarna zoal ter sprake komt.

Nieuwsgierig naar hun persoonlijke ervaringen en perspectieven vroegen we hen natuurlijk ook: ‘wanneer floreer jij in je werk?’ En: ‘hoe draag jij bij aan een florerende opleiding?’ Voor zij hierover met elkaar in gesprek gingen, stuurden we hen eerst solo met een reflectieopdracht ‘het bos in’: kies intuïtief jouw eigen pad en onderzoek jouw persoonlijke antwoorden op deze vragen. Teruggekeerd van hun wandelingen over het landgoed startten zij in de zelfgebouwde DroomCafés hun dialogen.

Jolien Dopmeijer, hoofdonderzoeker bij Trimbos, benadrukt het belang van ‘belonging’ waardoor studenten zich beter thuis voelen op de plek waar ze leren: gezien en gehoord voelen is daarbij essentieel. Dus niet ‘fitting in’ (je steeds aanpassen aan de schoolomgeving) maar zuiver vanuit jezelf en eigen waarden nieuwe verbindingen aangaan. Zij ziet kansen voor onderwijs dat meer speelruimte creëert voor persoonlijke ontwikkeling én daarbij vaardigheden aanbiedt om beter met prestatiedruk om te gaan.